Search
Search

Een uniek park van 3,2 hectare in hartje Berghuizen

In ’n Hoesbreef, het blad van de historische vereniging De Dree Marken in De Lutte, verscheen recent een artikel over de aanleg van  Park Stakenkamp in Zuid-Berghuizen. Dat was in 1963, het roemruchte Elfstedenjaar. Met instemming van De Dree Marken staat dit verhaal nu ook op Hallo Berghuizen.

Bomen, gazons, spelen, bankjes en wandelpaden

Hoe Berghuizen in 1963 zijn park kreeg

Door Felix Nijland

Het is een geweldig gezicht als 175 kinderen van basisschool De Leemstee op schooldagen om twaalf uur Park Stakenkamp instormen. Ze beleven en ruiken in hun middagpauze de natuur. Alleen de vlinderhof al, die tegen het groene schoolplein aanligt, kleurt en geurt in de bloeimaand mei op een sublieme manier.
 
Hier, middenin de wijk Zuid-Berghuizen, ligt sinds de aanleg in 1963 een bijzonder park van 3,2 hectare. Er staan meer dan 40 bijzondere bomen in. Ze zijn weliswaar ruim 60 jaar oud, maar dat is nog niet genoeg voor de status van monumentale bomen. Maar desalniettemin hebben de Stichting Kansrijk Berghuizen en het IVN Oldenzaal-Losser e.o. vorig jaar bij al die boomsoorten kleurrijke en vooral informatieve bomenbordjes geplaatst. De kinderen steken zo tijdens hun pauze iets op over de enorme moerascipres, die uit Zuid-Amerika komt of de mammoetboom. De schors daarvan is zo zacht dat je er tegen kunt stompen zonder je vuist te verwonden. Daarom wordt deze boom ook wel boksboom genoemd.
Berghuizen beginjaren zestig. De kerk is er vanaf 1954, de straten liggen er, de Geldermanflat en de woningen op de Stakenkamp staan er net, maar de plek die bedoeld is voor een park is nog een kale vlakte, zo is op de foto goed te zien.
Voor de kinderen van de actieve school in Berghuizen is het park de ultieme speelplek. Want waar hebben kinderen misschien afgezien van de school in Overdinkel zo’n natuurrijke en groene speelplaats? Eind jaren vijftig zag het er nog heel anders uit. De nieuwe wijk Berghuizen was in die tijd nog maar net in ontwikkeling. De tunnel, die de stad zou verbinden met de uitlegwijk ten zuiden van het spoor, was er nog niet. Maar wel was al snel een begin gemaakt met de straataanleg en de bouw van de eerste 87 woningen in het gebied Stakenkamp.
Vanaf 1957 maakte men in het stadhuis aan de Kerkstraat ambitieuze plannen. Berghuizen was door een annexatie met Losser in 1955 bij Oldenzaal gevoegd. Burgemeester Jacques Cornelissen repte derhalve eind jaren vijftig maar al te graag over de nieuwe, ruime stadswijk die er moest komen ten zuiden van de spoorlijn. Het stedenbouwkundig bureau van prof. Wieger Bruin en ir. Vink te Amsterdam zette de contouren en inrichting van Zuid-Berghuizen op papier.
 
Tegenover de kerk kwam een winkelcentrum met parkeerplaats. Vanwege al die bebouwing werd een buurtpark noodzakelijk geacht. De rijksgoedkeuring daarvoor kwam in het voorjaar van 1962. Naast de instemming met de parkaanleg kreeg Oldenzaal uit Den Haag toestemming de Stakenbeek te transformeren van een grillige en wispelturige sloot, omringd door kaal land tot een brede beek met stuwen en parkachtige oevers met bomen en struiken. Het plan voor de beek en het plan voor het park werden ontworpen door de N.V. Nederlandsche Heidemaatschappij. Beide herinrichtingen verliepen min of meer parallel.
 
In het stadhuis en bij de dienst openbare werken speelden zich nog wel wat discussies af over de concrete inrichting van het park. Dat werd toen nog wel eens aangeduid als ‘Zuiderpark’; een park in het zuiden van de stad. Directeur openbare werken Herman Delicaat pleitte voor het toevoegen van een verhard stuk, dat in de winter onder water kon worden gezet. ‘Voor de ijspret van de jeugd.’ In latere jaren is dat ook wel gebeurd met het handbalveld van asfalt, nu het Fun Court met kunstgras. Er was een groepering die de boerderij als jeugdhuis niet alleen beschikbaar wilde stellen aan de georganiseerde jeugd van de kerk, maar aan alle jeugd. Dat kwam er niet van, want in de vergadering van 23 juni 1961 besloot de gemeenteraad dat de boerderij beschikbaar zou komen voor de georganiseerde jeugd van de Mariaparochie. Grappig detail was dat in de raad werd gepleit voor extra bankjes langs de Burgemeester Wallerstraat. Speciaal voor de ouden van dagen, die dan de passanten zouden ‘kunnen bepraten’. Hoe mooi ook bedacht, deze bankjes zijn er nooit gekomen.
In Park Stakenkamp is het gras net ingezaaid. De bomen zijn nog maar smalle stammetjes.
De commissie jeugdzorg stelde voor een deel van het park braak te laten liggen, zodat de jeugd van Berghuizen kon spelen zoals die altijd had gespeeld. In de natuur, op ruwe grond. Dit voorstel haalde het niet. Het park moest keurig netjes zijn en aangelegd worden volgens strakke lijnen. Met diverse gazons, een padenpatroon en kriskras bomen en struiken, speeltoestellen en bankjes.
 
De feitelijke aanleg had nogal wat voeten in de aarde, herinnert de nu 84-jarige Theo Olde Keizer uit Zuid-Berghuizen zich. Hij was in 1963 hovenier bij de gemeente. ‘De grond was heel erg lemig en ongelijk. Deels waren het kleine percelen grasland, een groot stuk lag braak. De firma Hoogendijk uit Weerselo werd ingeschakeld om met een grote bulldozer het terrein te egaliseren. Het liefst met behoud van enige glooiing. De firma Hazewinkel verscheen met een dragline op het terrein. Op bepaald moment werd in de krant gerept over de binnenzee van Berghuizen. Zoveel wateroverlast… Het water liep vanaf het hooggelegen Boerskotten door een flinke waterloop via de Reigerstraat onder de kerk door verder naar de Enschedesestraat bij fietsenmaker Reinink en daar de verderop gelegen beek in. Voor we deze enorme wateroverlast het hoofd hadden geboden en wegenbouwer Bussmann de paden kon leggen waren we een stuk verder.’
Boerderij Stakenboer lang niet in de staat zoals nu. Op de foto is te zien dat het winkelcentrum gereed is gekomen.
De voorganger van Olde Keizer bij de gemeente was Jan Huurneman. Een bomenkenner pur sang. Mede door zijn toedoen werd een bijzondere plantsoenlijst opgesteld. Met de vrachtwagen van de gemeente, weet Theo Olde Keizer nog, werden de bomen die op  die lijst stonden opgehaald uit het Brabantse Zundert. Een streek aan de grens met België, waar de boomkwekerijen tegen elkaar aan liggen.
 
Zo kwam Zuid-Berghuizen te midden van alle nieuwbouw en nog voorgenomen nieuwbouw aan zijn park. Park Stakenkamp is anno 2024 helemaal opgebloeid. Het gerestaureerde en uitgebreide Erve Stakenboer is de huiskamer van de wijk. Op het Fun Court voetbalt de jeugd en aan de picknicktafel bij de speeltuin zitten ’s avonds bij lekker weer veel families met een migratieachtergrond. In de vlinderhof groeien steeds meer orchideeën en de laatste tijd zijn overal in Park Stakenkamp nestkastjes opgehangen voor mezen, boomkruipers, spreeuwen en zelfs voor de bosuil. De meest recente aanwinst is de muziekkoepel, die van Park Stakenkamp in combinatie met Stakenboer nog meer een ontmoetingspark moet maken. Een plek waar diverse culturen elkaar kunnen treffen en hun kwaliteiten mogen tonen.
 
De familie Olde Keizer woonde op de plek waar nu De Kapperij is in het winkelcentrum. Ze verhuisden in 1960. Vlakbij die plek had de gemeente voor Theo Olde Keizer bij zijn afscheid als hoofd van de plantsoenendienst een mooie geste: hij mocht bij het trapveldje in het park  in navolging van de al aanwezige bijzondere bomen een Japanse Keizereik planten. De boom staat er nog steeds. En een bordje herinnert aan dat moment.
In het voorjaar en de zomer rekenen de leerlingen van De Leemstee de kleurige vlinderhof tot hun speelterrein.
Park Stakenkamp vorige zomer. De bomen die nu volgroeid zijn geven het park in de warme maanden een heerlijke sfeer.

Foto’s: Dagblad Tubantia, FotoarchiefBrusse en Riet Vos.