Het gaat om stinzenplanten, die volgens Huub Zoontjes van oorsprong niet inheems zijn, maar eeuwen geleden op landgoederen zijn geïntroduceerd en zich op een natuurlijke wijze gedragen. De landhuizen en kastelen waren opgetrokken uit steen en hier komt ook het woord ‘stinzen’ , oftewel stenen huizen, vandaan. Bekende voorbeelden van stinzenplanten zijn het sneeuwklokje, de wilde boshyacint (bluebells) en de wilde narcis. Tussen het poten door liet de koffie in de boerderij zich goed smaken.