Search
Search

Op het bankje gaat het over van alles

‘Wij dealen niet, maar delen wel’, lacht Ben van Marle. ‘Lief en leed welteverstaan en nieuwtjes uit de buurt’.
Ellen, Jan en Ben op het bankje aan de rand van Park Stakenkamp. ‘Dom lullen en serieuze gesprekken.’

Jan en Ben houden het park in de gaten

Vertrouwd met hangplek ouderen

Het is een vertrouwde aanblik in het straatbeeld. Dagelijks om klokslag half één en half zes zitten de heren Veldhuis en van Marle op het bankje aan de rand van het park Stakenkamp, op de hoek van de Meerkolstraat. ‘Daar staan zeven woningen op een rij en we wonen er allebei’, aldus Ben. ‘Als het weer een beetje meezit verzamelen we ons hier, zodat ik buiten een sigaartje kan roken’.
 
Het centraal gelegen bankje, waar vandaan bijna het hele park te overzien is, hebben ze omgedoopt tot ‘hangplek voor ouderen’. ‘Al is iedereen, van alle leeftijden en elke afkomst, van harte welkom voor een praatje,’ vult Jan Veldhuis aan. Daarmee heeft het een informele ontmoetingsfunctie in de wijk, zo vindt ook Ellen Kockman, die verderop in Berghuizen woont, maar om die reden met haar hondjes graag door het park loopt.
 
De stemming is vrolijk, er wordt veel ‘dom geluld’, maar tussen de grappen door worden ook serieuze onderwerpen besproken. ‘Zoals dat gaat met noaberschap, houden we een oogje in het zeil en kijken we naar mekaar om. Als er onraad is, wordt de buurt geïnformeerd en als iemand iets mankeert, proberen we te helpen. Er wordt samen gelachen en gehuild en eens per jaar houden we een straatfeest’.
 
Met de lap erover
 
Het park is in ontwikkeling, maar oogt vanaf het bankje bezien wat rommelig. De heg achter de rugleuning wordt daarom netjes bijgehouden door de mannen zelf. ‘En Femy van nummer zeven gaat er regelmatig met een lap overheen, zodat we netjes zitten kunnen’, aldus Jan.   
 
Het bankje staat op de kruising met het voetpad naar de Stakenkamplaan. ‘Je mag er niet fietsen, maar toch doet iedereen dat, zelfs die lui van handhaving zelf. Soms met grote snelheden, zodat voetgangers of spelende kinderen bijna worden aangereden. Daar zeggen we dus wat van’. Ook vernieling van de narcissenborders of andere vormen van vandalisme worden bekritiseerd. Daarmee doen de heren aan sociale controle. ‘Maar niet op een vervelende manier hoor, bovendien knijpen we ook vaak een oogje dicht’. 
 
Die clementie is in mijn geval een opluchting, want ook voor mij is het voetpaadje een prettige verbindingsweg per fiets. ‘Je hebt van ons niks te duchten, maar als je er al overheen fietst, let dan alsjeblieft op de voetgangers’, is een vriendelijk, maar dringend verzoek aan iedereen.

Tekst en foto: Charon Golbach – Olde Riekerink.